Vlag-MinicampingSingelVlag-MinicampingSingel
Singel-Jubbegavind ons op facebook
Google+ signinGoogle+ signin

Greet Musch runt mini-camping in 'it lân fan it folk sûnder oeren’

Greet Musch runt een mini-camping aan de Singel in Jubbega. Ze woont er met haar man Maarten en twee zonen, Douwe en Binne. Haar beroep was medisch laborante maar toen ze haar eerste kind kreeg, koos ze voor een baan aan huis. Want stilzitten is niks voor haar.

Greet

Op het theeterras, onder de bomen, verpozen een paar campinggasten. Ze genieten er van koffie met zelfgemaakte chocola als “snapperke” erbij. Ze kunnen er ook een emmertje bessen of aardbeien plukken, mochten ze daar zin in hebben. “Ik heb doorbloeiers, die tot eind oktober aardbeien geven”, vertelt Greet. Op de camping komen voornamelijk 55-plussers en gezinnen met jonge kinderen. “De gasten voelen zich hier vertrouwd. Ze kunnen altijd op me rekenen en dat weten ze ook. Het zijn echte kampeerders met respect voor de natuur. Levensgenieters. En die groep wordt gelukkig steeds groter.”

Minicamping

Ze is opgegroeid in Lippenhuizen, Maarten komt van Sparjebird. Na een gezamelijke wereldreis, ‘we hadden alle schepen achter ons verbrand’, wilde Greet wel weer aan de slag. Daarom besloot ze zich op te geven voor een curcus ondernemen op het platteland , voor boerinnen die een tweede bedrijfstak wilden opzetten. De gedachte om een mini-camping te beginnen, speelde al een poosje door haar hoofd. “We leerden hoe we een ondernemersplan op moesten stellen, gingen op bezoek bij de Kamer van Koophandel en op excursie naar de bank. ik vond het allemaal leuk. Eigenlijk ben ik er zo gewoon ingerold.”

Handen uit de mouwen

Maarten en Greet kochten in 1996 de boerderij aan de Singel. Samen hebben ze de camping opgebouwd, het land afgebakend, bomen geplant. Maarten heeft de sanitaire voorzieningen aangelegd. Hij werkt voor een Baggerbedrijf. “Dat betekent zes weken op en zes weken af. Maarten kon in de perioden dat hij thuis was de handen uit de mouwen steken, want al die weken stillzitten, daar is hij niet voor in de wieg gelegd.”

Gebieds promotie

Greet is een pioneer. Tegelijk met de Koppejan kreeg ze uiteindelijk een vergunning om de camping te beginnen. De gemeente was in die tijd nog niet zo happig op kleinschalige recreatieve voorzieningen, maar gaandeweg werden de regels wat ruimer. “We zien elkaar niet als concurrenten, maar steunen elkaar”, legt Greet uit. “Samen sta je sterkker.” Het bracht haar ertoe zich ook actief met gebiedspromotie te bemoeien. "De streek is niet zo bekend. Appelscha kent iedereen, maar Jubbega spreekt niet echt tot de verbeelding." Daar moest wat aan gebeuren vond Greet. Ze nam zitting in de Stuurgroep Friese Wouden en het bestuur van VVV Herenveen. “Die gebiedspromotie vind ik heel belangrijk en daar wilde ik me met hart en ziel voor in zetten.Je kunt hier prachtig fietsen door een gevarieerd landschap, het is nog niet super-toeristisch en bovenal autentiek. Als uitvalsbasis is het ideaal. Je kunt hier letterlijk alle kanten op.”

Afzien in de turf

Daarna ontstond De Frije Wiken, opgericht om het gebied, nog steviger op de kaart te zetten. Met de historische grenzen als uitgangspunt. In ‘it lân fan it folk sûnder oeren’ liggen 14 dorpen. “De naam frije wiken was het resultaat van een prijsvraag die we hebben uitgeschreven. Die past bij het gebied. De inwoners hebben zich zelf vrijgemaakt van het juk, vrijgevochten uit de onderdrukking.” Greet doelt daar bij op de plaatselijke geschiedenis. Het is er een van armoe en afzien in de turf. De orginele wikenstructuur, Musch noemt het “de Eiffeltoer fan de Frije Wiken” herinnert daar nog aan. Tijdens de tweede editie van “Platteland Leeft”, was het hart van de Friese Wouden dan ook prominent aanwezig. In De Wike fan de Frije Wiken zijn in de 14 dorpen tientallen activiteiten georganiseerd.
Daarnaast zit Greet al weer een poos in het bestuur van ondernemersvereniging H&I, die ondermeer diverse fairs in Jubbega organiseert. Ze is wel van plan een stapje terug te doen. “ik den heel veel tijd kwijt aan vergaderen en wil me nu weer meer bemoeien met mijn eigen bedrijf. Maarten wees me er onlangs op en hij heeft helemaal gelijk. Mijn bedrijf ligt me aan het hart, geeft me energie.”

Greet Musch runt een mini-camping

geschreven door: ndc media groep journaliste Marita de Jong

Vader Maarten is vaak van huis

Zes weken op, zes weken af. Scheepswerktuigkundige Maarten Musch heeft geen doorsnee negen-tot-vijfbaan. Terwijl zijn vrouw een camping runt, werkt hij op een baggerschip in het buitenland. Maarten ziet z'n gezin dan wekenlang niet. "Ik richt me vooral op de momenten dat ik er wél ben."

Het is zonnig en warm in Jubbega. Op minicamping Singel is het rustig, een enkele gast geniet op het terras van het mooie weer. De elfjarige Binne roetsjt aan een kabelbaan over het camper veldje. Z'n broer Douwe (19) staat erbij te kijken. “Mooi  hé!”
Even later voegen de jongens zich bij hun ouders Maarten en Greet (allebei 48) aan de tuintafel. Hond Loeka scharrelt eromheen en zoekt een plekje in de schaduw. Greet zet verse koffie en zelfgebakken citroentaart op tafel.

Maarten Musch en zonen

“Ik doe mijn werk nu twintig jaar en ben het inmiddels gewend”, begint Maarten. “En toch… vanaf het moment dat ik gebeld word voor een nieuwe periode ben ik knorrig. Ik weet dat ik dan al het leuke thuis moet achterlaten. Greet merkt dat altijd heel duidelijk aan me. Ik kan dan niet meer met klusjes beginnen, ben in m'n hoofd al met andere dingen bezig. Is m'n ticket goed, zijn m'n papieren in orde? Ik word er onrustig van.”

Douwe was pas twee weken oud toen Maarten voor het eerst voor acht weken weg moest. “Greet had een keizersnee gehad en kon Douwe niet eens uit de wieg tillen. Ze kreeg hulp, maar het voelde wel een beetje alsof ik ze in de steek liet. Niet leuk nee, en dat is eigenlijk een understatement. Vooral de onzekerheid vond ik erg; ik wist niet of alles goed zou gaan. Er zijn momenten geweest – ook later, nadat Binne geboren was – waarop ik met een brok in m´n keel in het vliegtuig zat en dacht: wat ben ik in godsnaam aan het doen? Ik liet Greet alleen achter met twee jonge kinderen. Maar het gemis wende, ook voor haar, en ik leerde relativeren. Iedere andere vader moet ook gewoon aan het werk.”

Maar je miste wel belangrijke momenten in het leven van je zoons.

Maarten, peinzend: “Toen Binne zeven werd, was dat pas de tweede keer dat ik z´n verjaardag meemaakte. Nee, ik kan niet overal bij zijn. Niet bij de kleine en ook niet altijd bij de grote mijlpalen. Dat is jammer. Wat ik vooral vervelend vind, is dat ik er in de zomervakantie vaak niet ben, of maar de helft van de tijd. Toch richt ik me op de tijd dat ik er wél ben, die is bepalend. Ik haal het gewicht van zo'n verjaardag af en breng dat naar het moment dat ik thuis ben. Een datum is dan minder belangrijk. Ik kijk ook naar de voordelen. We gaan vaak buiten de vaste vakantieperiodes op vakantie en dan is het lekker rustig. En ik ben zes weken achter elkaar thuis, welke vader heeft dat nou? Het is dat ik van Binne niet mee mag op schoolreis, maar het kan wel.”

“Hij is er of hij is er niet”, mengt Douwe zich in het gesprek. “Daar raak je aan gewend. Mensen zeggen weleens: dan heb je dus zes weken geen vader. Zo ervaar ik het niet. Ik heb wel een vader, maar hij zit gewoon in een ander land. Wat maakt dat uit? Maar het is wel extra leuk als ‘ie er wél is. Als hij weer vertrekt, geef ik hem altijd een stomp en dat is het. Dan zeggen we: Ik zie je wel weer, hoi!”

Maarten lacht. Hij kent z'n oudste zoon: lekker nuchter. Z’n jongste is iets emotioneler, schat hij in. “Ik was vroeger soms wel verdrietig als heit er niet was, ja”, geeft Binne toe. “Nu denk ik: pech als hij er niet is. Ik vond het niet leuk dat ik heel lang heb moeten wachten op de kabelbaan.”

Compenseer je je afwezigheid met extra leuke dingen als je thuis bent?

Maarten: ”We gaan niet naar Disneyland of zo. Maar ik ben een echte doener, en dingen samen met ze ondernemen is het leukste wat er is. Met die kabelbaan probeer ik ‘Binne’‐tijd te creëren. Ik leer ‘m ook trekker rijden. Douwe studeert nu in Leiden en is alleen de weekenden thuis, maar ook met hem doe ik veel.”

Het gesprek komt op de opvoeding van de jongens. Want hoe hou je daar voeling mee als je er een groot deel van de tijd niet bent?

“Ik ben iets strenger dan Greet. Het is ja of nee bij mij, zij is wat genuanceerder. Over het algemeen liggen we wel redelijk op één lijn, echt grote discussiepunten hebben we niet. We communiceren veel, ook als ik weg ben. We bellen dan elke dag. Er komen natuurlijk ook dingen voorbij over de kinderen, over school of andere zaken. Dan overleggen we. Maar verder kan ik wat er thuis gebeurt volledig loslaten. Dat is ook de basis waarop ik dit werk kan doen, anders lukt het niet. Ik kon me er in het begin weleens druk over maken als ik thuiskwam en Greet dingen anders had aangepakt dan ik in gedachten had. Maar op een bepaald moment dacht ik: waar maak ik me zorgen om? Alles draait wel door. Nu heb ik de insteek: wat zij doet is altijd goed. Punt. Voor mij is het geen afweging waaróm Greet iets doet of beslist, het is oké.”

Sta jij als vader voor de jongens op het tweede plan als je thuis bent?

“Dat heb ik weleens gedacht. Binne was als jongetje van twee, drie jaar erg gehecht aan Greet. Ik herinner me dat hij ‘s nachts een keer gillend wakker werd en ‘mem!’ riep. Greet sliep, dus ik ging naar hem toe. ‘Ik rop dy toch net, ik rop mem!’, zei hij. Ik kon vertrekken. Een keer maakte ik een broodje pasta voor hem en reageerde hij: ‘Do hoechst myn bôle net te meitsjen, mém makket myn bôle.’ Ik snapte wel dat hij zich puur afzette tegen het feit dat ik er vaak niet was, maar had het er wel zwaar mee. Nu niet meer. Je leert al snel dat je er niks mee opschiet als je er chagrijnig van wordt als de balans thuis iets anders ligt. Dat hou je namelijk niet vol. Als ik thuiskom, check ik gelijk hoe de zaken liggen. Wat mogen ze van Greet, hoe zijn de afspraken? Ik heb niet het idee dat ze misbruik maken van de situatie.”

Douwe grijnst. “Nou, soms 'regelen' we weleens wat met mem…”Maarten, onverstoorbaar: “Ik weet dat ze ook bij mijn afwezigheid denken: heit soe dat net sa wolle, dus doch ik dat net. Het scheelt ook dat we heel lieve kinderen hebben. Er staat hier een koelkast vol ijsjes en toch vragen ze het nog keurig als ze er één willen.”

Het is even stil. Dan zegt Maarten: “Misschien wordt het er thuis wel beter van dat ik af en toe een tijd weg ben. We zitten niet op elkaars lip en dat geeft ons ruimte om onszelf te zijn. Greet heeft de vrijheid om dingen op haar manier te doen, en de afstand geeft mij de gelegenheid om rustig na te denken over zaken die spelen.”

Zoals?

“Douwe zat in groep 7 en was een lief, klein jochie. En ik dacht: hoe moet ik nou van hem een grote, sterke jongen met ruggengraat maken? Straks gaat hij naar de middelbare school en wordt hij zo omvergelopen. Ik wilde hem helpen. Tijdens m’n afwezigheid bedacht ik dat ik met hem een huttentocht in Oostenrijk zou gaan maken. Het was de allereerste keer dat we met z’n tweeën weg gingen. Hij was elf. En het was een enorm goede zet. Op een avond zat hij in een berghut met vier kinderen uit verschillende landen Mens Erger Je Niet te spelen en had hij dikke lol. Ik wist: die slag is gewonnen. Bovendien: het was enorm goed voor onze band, ons contact is er sterk door verbeterd. Alles wat ik in de jaren daarvoor had laten liggen, haalde ik in één slag in. Voor Binne wil ik ook iets bedenken wat hij leuk vindt. Daarover nadenken gaat makkelijker op afstand dan in de hectiek thuis, vind ik.”

Wat betekent het vaderschap voor jou?

Maarten Musch en zonen

“Vader worden vind ik het mooiste wat me in m’n leven is overkomen. Mijn grootste wens is ervoor te zorgen dat die twee alle mogelijkheden krijgen die ze willen. Ik probeer de communicatie open te houden, dat vind ik belangrijk. Wat er ook gebeurt, ze moeten alles tegen ons kunnen zeggen. Dat is tot nu toe gelukt. Ik praat veel met ze, over dagelijkse dingen. Als ik weg ben wat minder. Soms vraagt Greet ze, als ik vanaf de boot bel: wolle jim mei heit prate? En dan is het: nee, ik bin oan it gamen! Maar dat geeft niet. Ik heb het volste vertrouwen dat onze band goed is en ik denk dat ik aardig op de hoogte ben van wat er speelt in hun leven.”

Hoe trots ben je op die twee?

“Kun je dat uitdrukken?” Maartens blik dwaalt af naar z’n jongens.
“Apetrots. Kijk ze zitten.”

Vader Maarten is vaak van huis.

geschreven door: SA journaliste Belinda Fallaux